header-1.jpg
Deel 4

Uitverkocht.
Wel digitaal verkrijgbaar voor € 10,00.

  • De ondergang van de middeleeuwse Grote Waard
  • De molens van Altena. Bijdrage tot de kennis van de strijd tegen het water in Altena tussen de jaren 1300 en 1970
  • Jean Antoine Bakhoven. Kostschoolhouder voor meisjes uit den fatsoenlijke stand (Werkendam)
  • Index van persoons- en plaatsnamen (opent in PDF)

De ondergang van de middeleeuwse Grote Waard
C.C.W. de Korver
De geschiedenis van de Grote Waard laat zien hoe een rijk veen- en landbouwgebied in de late middeleeuwen langzaam instabiel werd door intensieve exploitatie en gebrekkig waterbeheer. Turf- en zoutwinning leverden economische baten op, maar verzwakten tegelijk het landschap en het voorland van de dijken. Het bestuur was versnipperd, waardoor gezamenlijke besluitvorming vaak uitbleef. Dijkonderhoud kwam hierdoor steeds verder onder druk te staan, mede door financiële tekorten en conflicterende belangen. Pogingen tot versterking, waaronder een groot dijkproject rond 1410, strandden op weerstand en praktische problemen. Uiteindelijk leidde deze ontwikkeling tot een situatie die bijdroeg aan de ramp van 1421.

De molens van Altena. Bijdrage tot de kennis van de strijd tegen het water in Altena tussen de jaren 1300 en 1970
J. den Besten
In het Land van Altena waren molens eeuwenlang onmisbaar voor waterbeheer en landbouw. Vanaf de middeleeuwen ontstonden korenmolens in onder meer Giessen, Uitwijk en Woudrichem, later gevolgd door een uitgebreid netwerk van poldermolens. Deze molens werden voortdurend aangepast en onderhouden en vormden de kern van de lokale waterhuishouding. In de twintigste eeuw verdwenen veel molens door ruilverkaveling en mechanisatie, maar een deel bleef behouden via restauratie. Zo illustreren zij de lange ontwikkeling van Nederlandse waterstaatstechniek en landschapsbeheer.

Jean Antoine Bakhoven. Kostschoolhouder voor meisjes uit den fatsoenlijke stand (Werkendam)
V.C. Wikaart-Derkzen
In Werkendam ontwikkelde zich in de negentiende eeuw een groeiende behoefte aan beter onderwijs voor meisjes uit de gegoede stand. Jean Antoine Bakhoven begon als huisonderwijzer en startte in 1836 een particuliere meisjesschool. Deze groeide uit tot een kostschool met leerlingen uit binnen- en buitenland. Het onderwijs omvatte talen, handwerken en beroepsvoorbereiding. Ondanks succes bleef de school kwetsbaar door financiële problemen en maatschappelijke discussies over particulier onderwijs, waardoor de ontwikkeling grillig verliep.


Index van persoons- en plaatsnamen (opent in PDF)

Terug naar overzicht